Pornografie wordt meestal omschreven als beelden of video's die expliciet seksueel gedrag laten zien, met als doel seksuele opwinding op te wekken. Er bestaan echter ook bredere definities, die porno niet alleen zien als materiaal, maar ook als een cultureel fenomeen: wat mensen als “porno” beschouwen, hangt immers af van tijd, plaats en culturele opvattingen. Omdat er dus geen universele definitie is, kiezen wij in dit onderzoek voor een praktische insteek: wij beschouwen pornografie als materiaal dat door de gebruiker wordt ervaren als seksueel expliciet en/of opwindend, en dat ook met die bedoeling is gemaakt.
We maken hier wel een belangrijke kanttekening bij: beelden van illegale seksuele activiteiten nemen wij niet op in onze definitie. Het is bijvoorbeeld illegaal om te kijken naar beelden van seksueel misbruik van minderjarigen, ook als de beelden getekend of fake zijn. Dit gaat ook op voor deepnudes (seksueel getinte nepafbeeldingen of -video's die gemaakt zijn met behulp van artificiële intelligentie) en bijvoorbeeld beelden van seksueel misbruik van dieren. Deze houden we omwille van die redenen buiten onze definitie.
We noemen dit geen porno, maar beelden van seksueel misbruik. Omdat er geen sprake kan zijn van wederzijdse toestemming.
Pornografie is vandaag alomtegenwoordig door internet en sociale media. Jongeren komen er vaak al vroeg mee in aanraking - soms bewust, soms onbedoeld. Er zijn geen betrouwbare recente cijfers over pornogebruik bij Belgische jongeren, maar in 2023 werd bijvoorbeeld in Nederland gevonden dat ongeveer 65% van de jongens en 22% van de meisjes tussen 13 en 15 jaar de afgelopen 6 maanden minstens 1 keer naar porno keek. Dit cijfer neemt toe met de leeftijd (Seks onder je 25e/Leefstijlmonitor, Rutgers & Soa Aids Nederland i.s.m. RIVM en CBS, 2023).
Hoewel porno een prevalente bron van seksuele beelden is, weten we nog te weinig over de impact op het mentale en seksuele welzijn van jongeren. Dit onderzoek wil die kennislacune invullen, zodat ouders, scholen en professionals beter ondersteund kunnen worden in hun rol naar jongeren toe. Daarnaast zullen onze resultaten jongeren zelf ook helpen om beter met pornografie om te gaan.
Een belangrijke maatschappelijke discussie gaat over de vraag of het wenselijk of zelfs mogelijk is om jongeren af te schermen van pornografie, of om het gebruik ervan te verbieden.
Voordelen van een verbod of strengere afscherming zijn onder andere de bescherming van minderjarigen tegen mogelijk schadelijke inhoud, het uitstellen van blootstelling aan expliciet materiaal, en het voorkomen van een vertekend beeld van seksualiteit op jonge leeftijd.
Nadelen en bedenkingen rond de effectiviteit van die maatregel zijn er ook: digitale toegang is moeilijk volledig te controleren, waardoor een verbod in de praktijk vaak niet werkt. Bovendien blijft, zelfs in geval van een verbod, het risico bestaan dat jongeren zonder enige begeleiding of duiding in aanraking komen met pornografie. In geval van een verbod op porno is de drempel om hierover te praten mogelijks nog hoger, waardoor misverstanden en onrealistische verwachtingen versterkt kunnen worden.
Los van het maatschappelijk debat om pornografie volledig af te schermen voor minderjarigen, blijft volgens SWYPPe de belangrijkste prioriteit het creëren van een geïnformeerde en weerbare generatie jongeren. Door hen te versterken met kennis, kritische vaardigheden en open communicatie, kunnen ze leren omgaan met pornografie indien ze hier toch ongewenst aan zouden worden blootgesteld, en worden jongeren ook los van pornografiegebruik gesterkt in hun seksuele ontwikkeling en welzijn.
Het doel is inzicht krijgen in hoe jongeren omgaan met pornografie en hoe dit hun seksuele ontwikkeling en hun seksueel welzijn vandaag en later, beïnvloedt. We willen wetenschappelijk onderbouwde kennis genereren die kan bijdragen aan:
SWYPPe bestaat uit vier werkpakketten die elk een aspect van de leefwereld van jongeren belichten:
SWYPPe bestaat uit vier werkpakketten die elk een aspect van de leefwereld van jongeren belichten:
SWYPPe bestaat uit vier werkpakketten die elk een aspect van de leefwereld van jongeren belichten:
De resultaten zullen concrete handvatten opleveren om:
De resultaten worden stap voor stap gedeeld via wetenschappelijke publicaties, persberichten, samenwerkingen met organisaties en via onze website en sociale media. We willen transparant en toegankelijk communiceren, zodat de inzichten ook hun weg vinden naar ouders, leerkrachten en jongeren zelf. Bovendien worden jongeren, ouders en belangenorganisaties in elke stap van het onderzoek betrokken, zodat alles wat wij doen tegemoetkomt aan hun leefwereld en noden. Zo doen wij aan co-creatie en kennisuitwisseling in elk stadium van ons onderzoek.
Ons onderzoek maakt gebruik van verschillende methodologieën, afhankelijk van de te beantwoorden onderzoeksvragen.
In 2025 starten we met een systematische literatuurstudie die in kaart brengt wat er reeds bekend is over pornogebruik en de impact hiervan op jongeren.
Vanaf 2026 gaat het veldwerk van start. Dit omvat onder meer:
Het onderzoek wordt uitgevoerd door een multidisciplinair team van doctoraatsonderzoekers, begeleid door universitaire professoren, psychologen en seksuologen. Elke onderzoeksstap - van uitvoering tot interpretatie en implementatie - wordt besproken met experten uit het werkveld.
Bij het project zijn ook tal van stakeholders betrokken, waaronder:
UNESCO Chair on Sexual Health and Human Rights (Thierry Troussier, Paris Diderot University), Sensoa, Agentschap Opgroeien, Çavaria, Awel, Wel Jong, Tele-Onthaal, Bicap (Birth Core & Pelvic Therapy), Expoo (Expertisecentrum Opvoeden en Opgroeien), VVOG (Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie), ESMN (European Sexual Medicine Network), Pimento, SIU (Société Internationale d'Urologieà, VLESP (Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie), ELLA vzw, Blue Ocean, BAZZZ en VVS (Vlaamse Vereniging voor Seksuologen vzw).
Dit onderzoek werd financieel mogelijk gemaakt door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) via het Strategisch Basis Onderzoek (SBO) programma, onder projectnummer S000125N.